Op 9 november 1989 zaten wij hier thuis aan de buis gekluisterd en keken we naar de beelden van Berlijn, waar duizenden mensen op weg naar het vrije westen waren.
We hadden de Muur in Berlijn nooit gezien, maar waren wel diverse malen bij het IJzeren Gordijn geweest. Als uitstapje tijdens onze vakanties in Hessen en Beieren. Meestal zag je niet meer dan heel veel prikkeldraad, uitzichttorens met bewakers, vol bewapend en met verrekijkers. Leo heeft nog eens in het donker met zijn koplampen geseind (vrede, geloof ik) en onze kinderen vonden het heel spannend.Een bezienswaardigheid, meer niet eigenlijk.
 Maar het meest is me de wandeling langs dat IJzeren Gordijn in het voorjaar van 1989 bijgebleven. We waren in Weissenborn, dat letterlijk aan het eind van West Duitsland lag.
De groep werd begeleid door een Duitse douaneman, die de streek en het bos op zijn duimpje kende en precies wist waar je op moest letten. Van toenadering of openstelling was op dat moment nog geen sprake.
We konden het Gordijn zo dicht naderen, dat je bijna het prikkeldraad kon aanraken.
En we stonden er nog maar net, toen grote honden verschenen, die vervaarlijk blaften. Ik vond het heel eng. .
Op een bepaald moment reed er achter de grens een bus voorbij. De weg was nog een eind weg, maar duidelijk zichtbaar. We zwaaiden allemaal en verwachtten dat er teruggezwaaid zou worden. Maar wat bleek? Niemand durfde zijn hand ook maar op te steken. Slechts één man maakte een heel tersluiks gebaar om aan te geven dat hij ons wel gezien had.
De douaneman vond het helemaal niet vreemd. Die mensen durfden niet. Hadden wij de Veldwebel dan niet gezien, die verdekt stond opgesteld om alles nog eens extra in de gaten te houden?
Op dat moment realiseerde ik me wat in vrijheid leven is.
|